
Jeugdtrauma en een ontregeld zenuwstelsel: als je lichaam gevaar blijft voelen
Jeugdtrauma: misschien herken je het volgende wel. Je schrikt snel, bent vaak…
Lees meer ❯
Vind jij het moeilijk om je grenzen aan te geven? Zeg je vaker ‘ja’ dan je eigenlijk zou willen? Voel je je regelmatig overbelast, moe of leeg, terwijl je niet goed kunt uitleggen waarom? Dan ben je niet de enige. Grenzen aangeven en je ruimte innemen zijn twee kanten van dezelfde medaille: allebei gaan ze over het bewaken van je eigen behoeften, zodat je goed in je vel blijft zitten en goed blijft functioneren.
Een burn-out is bijna altijd het resultaat van meerdere factoren, en bij te lang aanhoudende chronische stress loop je het risico op een burn-out. Je grenzen zijn daarom cruciaal. In dit artikel lees je waarom grenzen en ruimte innemen zo belangrijk zijn, welke lichaamssignalen erop wijzen dat je te weinig ruimte inneemt, waarom dit voor sommige mensen zo moeilijk is, en hoe je het stap voor stap kunt leren – inclusief nee leren zeggen zonder schuldgevoel.
Niet tijdig je grenzen aangeven kan zorgen voor moeilijke situaties. Je hoeft hiervoor geen burn-out op te lopen om dit te ervaren: bijna iedereen ervaart minimaal een lichte vorm van stress wanneer een grens wordt overschreden. Grenzen heb je niet voor niets – je bepaalt in een gezonde situatie zelf waar deze liggen. Ben je niet assertief genoeg, dan kunnen mensen jouw grenzen eenvoudig overschrijden, of bepalen zij waar deze liggen in plaats van jijzelf.
Je grenzen zijn een soort bewakingsmechanisme: “tot hier en niet verder.” Worden ze overschreden, dan voel je je niet langer comfortabel. Dat hoeft niet eens altijd door een ander te gebeuren – soms ben je hier zelf ook schuldig aan, perfectionisten weten dit maar al te goed. Worden je grenzen af en toe overschreden, dan is dat geen reden tot zorgen. Anders ligt dit wanneer ze veelvuldig overschreden worden: dan is het zaak hier iets aan te doen, al is dat niet altijd eenvoudig. Soms zijn externe invloeden te sterk aanwezig, soms ontbreekt de mentale kracht om je grens te bewaken, en soms heb je niet eens meer door dat je eigen grenzen overschreden worden.
Werkstress is hier een goed voorbeeld van. Vraag je iemand waarom hij of zij werkstress ervaart, dan krijg je vaak een waslijst aan antwoorden – maar bijna niemand zegt uit zichzelf: “omdat ik mijn grenzen constant laat overschrijden.” Terwijl dat vaak wel de kern is.
Je ruimte innemen betekent dat je niet over jezelf heen laat lopen. Je geeft duidelijk je eigen grenzen aan en maakt genoeg tijd voor jezelf. Het gaat letterlijk over gezien, gehoord en erkend worden. Daarvoor is het allereerst nodig dat je weet wat jouw behoeften, wensen en verlangens zijn, en wat jij nodig hebt om deze te realiseren.

Je lijf spreekt, ook wanneer je te weinig je ruimte inneemt. Een voorbeeld uit de coachingpraktijk: Steffie komt geregeld thuis uit haar werk met hoofdpijn. Meestal is het een zeurende pijn, maar op sommige dagen omschrijft ze het als knallende koppijn. Op die dagen lukt het haar niet meer om iets anders te doen dan op de bank of in bed te gaan liggen – haar lijf geeft aan: dit gaat zo niet.

In gesprek blijkt dat er veel speelt op haar werk: wisselingen in teams, weggevallen functies, en daardoor meer taken op haar bordje. Ze voelt zich erg verantwoordelijk en spreekt zich niet uit over de werkdruk, terwijl alle taken samen te veel druk op haar schouders leggen. Aangeven dat het haar niet lukt alle ballen hoog te houden, voelt als falen. Dit is een voorbeeld van níet haar ruimte innemen – de ruimte om voor zichzelf op te komen, haar grenzen aan te geven en meer rust voor zichzelf te creëren.
Ook thuis speelden vergelijkbare patronen: in de jaren dat haar kinderen klein waren, was er geen tijd voor Steffie. Ze was er áltijd voor de kinderen, die voorgingen op alles – zelfs op haar eigen hobby’s, passies, vriendschappen en verlangens. Terugkijkend heeft ze spijt dat ze in die jaren niet meer ruimte voor zichzelf heeft genomen, want nu kampt ze met het gevoel zichzelf kwijt te zijn. “Wie ben ik nu eigenlijk, en wat wil ik in hemelsnaam?”, vroeg ze onlangs in een sessie. Ze mag dit opnieuw ontdekken, maar daarvoor zal ze nu echt meer ruimte voor zichzelf moeten innemen.
Beantwoord je meer dan vier van onderstaande vragen met ‘ja’? Dan is de kans groot dat jij meer je ruimte in mag gaan nemen.

Mensen die niet bijzonder assertief zijn, vinden het vaak moeilijk om hun grenzen aan te geven, maar er kunnen ook andere redenen zijn. Heb je hier moeite mee, vraag je dan eens af waaróm dit zo is, en kijk daarbij vooral naar interne en externe oorzaken. De belangrijkste vraag: vind je het moeilijk omdat jij zélf hierover twijfelt, of omdat je je laat leiden door factoren van buitenaf? Vaak projecteren we onze eigen onzekerheid naar de buitenwereld en gaan we daarop handelen. Mensen die hun grenzen niet durven aangeven, hebben hier vaak moeite mee omdat:

Anderen zijn echte pleasers: zij stellen het belang van een ander boven dat van henzelf en gaan daarmee vaak hun eigen grenzen over. Niemand vraagt dit expliciet van je – het is vaak druk die je jezelf oplegt.
Ook andere factoren maken opkomen voor jezelf moeilijker:

Er is in de praktijk een wezenlijk verschil tussen gezond grenzen stellen en té assertief of zelfs agressief zijn. Gezond opkomen voor jezelf betekent dat je jouw grenzen bewaakt en aangeeft, zonder dat je hier een verwijtend oordeel naar de ander aan vasthangt. Houd je de boodschap puur bij jezelf en jouw gevoel, dan hoeft een ander zich niet direct aangevallen te voelen.
In de praktijk zien we vaak het tegenovergestelde: iemand geeft pas na lange tijd zijn grens aan, maar omdat de frustratie zich al die tijd heeft opgebouwd, wordt het probleem direct en aanvallend bij de ander neergelegd. Dat is niet helemaal eerlijk, aangezien jij in eerste instantie degene bent die niet tijdig heeft gecommuniceerd.

In de kern draait dit om het stellen van kaders rondom jouw persoonlijke normen en waarden, gecombineerd met helder communiceren wat je wel en niet aankan. Iedereen heeft eigen waarden, en diep van binnen weet je precies waar die liggen. Vooral in een groep die deze waarden niet deelt, is het lastig om trouw te blijven aan jezelf – vergeet niet dat groepsdruk overal voorkomt. Ben je op een verjaardag waar veel mensen lachen om een discriminerende opmerking, dan getuigt het van kracht als jij rustig kunt aangeven dat dit niet strookt met jouw waarden, feitelijk en zonder direct over de anderen te oordelen.
Zolang jij in je communicatie het woord ‘ik’ centraal stelt, en duidelijk aangeeft wat een bepaalde actie met jou doet en waar jij je beter bij zou voelen, kun je de ander objectief gezien niet beledigen. Voelt de ontvanger zich alsnog beledigd, dan heeft diegene feitelijk niet goed geluisterd naar de boodschap – dat ligt niet in jouw invloedssfeer. Jij hebt uitsluitend controle over de manier waarop jij jouw waarheid formuleert, niet over hoe deze wordt ontvangen.
Op de werkvloer werkt dit net zo. Denk aan die ene collega die zijn werk structureel op jou afschuift: je durft er waarschijnlijk niets van te zeggen, waardoor jij overwerkt terwijl diegene eerder naar huis gaat. Iedereen heeft eigen taken en verantwoordelijkheden – jij verdient niet meer stress dan een ander. Geef je grens aan en geef de werkzaamheden terug; wat de ander hiermee doet is aan hem. Je behoedt jezelf hiermee niet alleen voor onnodige spanning, je voorkomt hoogstwaarschijnlijk ook een burn-out.

Voor sommige mensen is grenzen aangeven niet moeilijk: iemand die zeer direct en/of zelfverzekerd is, zal hier vaak minder moeite mee hebben dan iemand die verlegen is of wat minder zelfvertrouwen heeft. Ook ervaringen uit het verleden kunnen je scherper maken. Heb je (ernstige) stress ervaren omdat je continu over je grenzen ging – door jezelf of door toedoen van anderen – dan heb je waarschijnlijk een wijze les geleerd.
Maar hoe geef je je grenzen dan aan? Je kunt dit leren. De eerste stap is te beseffen dat je grens altijd valide is: wanneer je ergens een grens stelt, doe je dit op basis van een sterk gevoel. Je weet dat als deze grens overschreden wordt, je gevoel op negatieve wijze wordt beïnvloed. Het is jouw gevoel, niet dat van een ander – dus wat iemand hier ook van vindt: jouw grenzen zijn jouw grenzen en mensen dienen deze te respecteren, net zoals jij de grenzen van een ander hebt te respecteren.
Mensen voelen zich soms bezwaard om hun grenzen aan te geven, bijna altijd door onzekerheid over hoe anderen zullen denken – schaamte dus. Maar schaamte is niet erg. Vraag jezelf af wat kwalijker is: iemand die jouw grenzen misschien niet helemaal begrijpt, of iemand die je over je heen laat walsen omdat je niets aangeeft? Wees daarom duidelijk. Vind je dit moeilijk, vergelijk dan het scenario waarin je je grens duidelijk aangeeft met het alternatief. Wat is voor een ander fijner: vooraf weten waar hij of zij aan toe is, of achteraf voor nare verrassingen komen te staan? Door duidelijk een grens aan te geven, word je een opener persoon en zullen mensen je beter begrijpen – ook in andere situaties.

Moeilijk nee kunnen zeggen kan je in de problemen brengen en een hoop stress opleveren. Kun je namelijk geen nee zeggen, dan loop je het risico je grenzen te overschrijden – zeker wanneer je al veel op je bord hebt liggen. Wil je iemand niet teleurstellen? Ben je bang voor negatieve reacties? Wie moeite heeft met nee zeggen, verliest voor zijn of haar gevoel eigenlijk altijd: zeg je ja, dan breng je jezelf misschien in een situatie die te veel voor je is. Zeg je nee, dan maak je objectief gezien wellicht wel de beste keuze, maar loop je de hele tijd rond met een vervelend schuldgevoel.

De goede boodschap: nee leren zeggen is iets dat je absoluut kunt leren, ook als het niet in je natuur zit. Het draait om balans tussen je eigen belangen en die van een ander. Nee zeggen maakt je niet tot een slecht persoon. Mensen die geen moeite hebben met nee zeggen zijn zich meestal goed bewust van hun eigen capaciteit: zij zeggen geen nee omdat ze niet behulpzaam zijn, maar omdat ze weten dat ze zichzelf anders in de problemen zouden brengen. Zij accepteren dat het de ene keer wel mogelijk is om ja te zeggen, en de andere keer niet – en anderen begrijpen dit meestal ook, iets wat “ja-zeggers” zich vaak niet realiseren.
Moeilijk nee kunnen zeggen is vooral herkenbaar wanneer het gaat om mensen om wie je geeft. Tegen een vreemde kun je waarschijnlijk eenvoudig nee zeggen, maar tegen iemand die dichtbij je staat is dat lastiger – je wilt immers dat mensen om wie je geeft goed over je denken. Zeg je nee tegen zo iemand, dan voelt dat al snel alsof je diegene teleurstelt. Toch geldt: je echte vrienden blijven je echte vrienden, en zullen begrip hebben voor een keer nee. Hetzelfde geldt voor collega’s. Zeg je overal maar ja op, dan kan dit je juist in de problemen brengen – bij vrienden kun je afspraken niet nakomen omdat je te veel hooi op je vork neemt, en op je werk levert het je geheid werkstress op.

Je bent bovendien niemand een uitleg verschuldigd wanneer je nee zegt tegen iets vrijwilligs. Wil je wél beleefd nee zeggen zonder spanningen, dan is een beetje uitleg en context meestal al voldoende. Realiseer je dat het soms gewoon moet kunnen om nee te zeggen omdat je te moe bent, geen tijd hebt, of een keer geen zin hebt. Zo wordt nee leren zeggen zonder schuldgevoel een stuk eenvoudiger – realiseer je dat dit heel normaal is, en er is waarschijnlijk helemaal geen reden voor een schuldgevoel. En stel je iemand toch een keer teleur: dat is niet het einde van de wereld. Teleurstelling betekent niet dat iemand slecht over jou als persoon denkt. Net zoals nee zeggen moeilijk kan zijn voor jou, kan nee accepteren lastig zijn voor een ander – dat heeft niets met jou te maken.
Het kan lastig zijn te bepalen wanneer nee zeggen wel of niet handig is. Krijg je een verzoek, dan hoef je niet altijd direct ja of nee te zeggen – je kunt ook aangeven dat je tijd nodig hebt om te kijken of het mogelijk is. Stel jezelf dan de volgende vragen:
Dit klinkt misschien zakelijk of zelfs onnatuurlijk, maar iemand die hier geen moeite mee heeft, beoordeelt situaties (onbewust) op precies deze manier. Het helpt je weloverwogen beslissingen te nemen. Om gevolgen van beslissingen in te kunnen schatten, en inzicht te krijgen in waarom je naar een ja of nee neigt, kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van een G-schema.
Met behulp van een coach leer je achterhalen waar jouw grenzen liggen, hoe je deze kunt stellen én hoe je deze kunt bewaken. Wordt jouw grens overschreden, dan leidt dit vaak tot frustratie, en dat zorgt weer voor gedrag dat niet helpt bij het verbeteren van de situatie – sommige mensen raken in zichzelf gekeerd, anderen worden boos. Je kunt oefenen in het bewaken van je grenzen met behulp van vier stappen:

Merk je dat je het vooral moeilijk vindt om jezelf uit te spreken, ga daar dan mee oefenen. Begin klein, met dingen die niet al te spannend zijn, en bouw van daaruit verder op naar moeilijkere situaties. Hetzelfde geldt voor nee zeggen: begin bij mensen waar je je vertrouwd en veilig bij voelt, en bij kleine verzoekjes – bijvoorbeeld tegen je leidinggevende aangeven dat je de koffie nu niet kunt halen. Breid daarna uit naar grotere verzoeken, zoals “ik heb nu geen ruimte om dat rapport te beoordelen”. Je zult geheid weerstand krijgen, want je omgeving is gewend dat je altijd ja zegt – maar juist door dit te blijven oefenen, zul je merken dat het beter gaat. Je ruimte innemen gaat niet van de ene op de andere dag, dus gun jezelf de tijd.
In theorie klinkt het eenvoudig: je geeft je grens aan en de omgeving accepteert dat. In de praktijk roept nieuw gedrag echter vaak weerstand op. Een professionele coach helpt je terug te komen in je eigen kracht, vooral bij het herstellen van zelfvertrouwen – dat kan complex zijn als je dit lange tijd kwijt bent geweest. Training in grenzen stellen kun je bovendien combineren met wandelcoaching om balans te vinden en stap voor stap weerbaarder te worden.
Vind jij het lastig om je grenzen te bewaken, nee te zeggen zonder schuldgevoel, of voldoende je eigen ruimte in te nemen? Onze coaches helpen je graag. Er is altijd een burn-out coach bij jou in de buurt, waarmee je met een persoonlijke aanpak stap voor stap werkt aan meer weerbaarheid. Neem contact met ons op voor een vrijblijvende kennismaking.

Artikel over opnieuw je eigen ruimte innemen als je zelf veranderd bent Inspirerend Leven
Als we het hebben over je ruimte innemen, betekent dat dat je niet over jezelf heen laat lopen. Je geeft duidelijk jouw eigen grenzen aan en maakt genoeg tijd voor jezelf. Je ruimte innemen gaat letterlijk over gezien, gehoord en erkend worden. Daarvoor is het allereerst nodig dat je weet wat jouw behoeften, wensen en verlangens zijn. En wat jij nodig hebt om deze te realiseren.
Het is van belang dat je jouw lichaamssignalen leert kennen. Want je lijf spreekt, ook als het gaat om een situatie van te weinig je ruimte innemen. Luister ernaar en neem zo meer ruimte voor jezelf!
Kijk eens naar deze vragen. Heb je meer dan vier vragen met ‘ja’ beantwoord? Dan is de kans groot dat jij meer je ruimte in mag gaan nemen. Vind je het moeilijk om nee te zeggen tegen verzoeken van anderen? Zet je de behoeften van anderen vaak vóór die van jezelf? Voel je je regelmatig overbelast, moe of leeg aan het einde van de dag? Heb je het gevoel dat je te weinig tijd overhoudt voor jezelf? Spreek je je niet uit als iets je te veel wordt of niet goed voelt? Ben je bang dat anderen teleurgesteld in je zullen zijn, of je lastig of egoïstisch vinden als je je grenzen aangeeft? Merk je lichamelijke signalen zoals hoofdpijn, spanning of vermoeidheid door stress? Neem je verantwoordelijkheden op je die eigenlijk (deels) bij anderen horen? Vind je het lastig om aan te geven wat jij nodig hebt, wilt of belangrijk vindt? Heb je soms het gevoel dat je jezelf een beetje bent kwijtgeraakt?
Het begint natuurlijk met bewustwording. Zoals je hebt kunnen lezen over Steffie, was zij zich er als jonge moeder helemaal niet van bewust dat ze geen ruimte voor zichzelf innam. Ze was zich er niet zo van bewust dat ze dit wél nodig had. De eerste stap heb je met het lezen van deze blog dus al gezet. Proficiat! Daarna is het zaak om eens goed te kijken waar het hem in zit bij jou. Gebruik daarbij bovenstaande vragen als leidraad. Merk je bijvoorbeeld dat je het vooral moeilijk vindt jezelf uit te spreken, dan kan je daar mee gaan oefenen. Begin klein, met dingen die niet al te spannend zijn om uit te spreken. Bouw vanuit daar verder met moeilijkere dingen. Je ruimte innemen gaat niet van de ene op de andere dag, dus gun jezelf de tijd. Merk je dat je het Spaans benauwd krijgt bij het idee dat je nee moet zeggen tegen een collega of je leidinggevende? Ga dan eens observeren wanneer jij een nee voelt, maar een ‘ja’ doet. Ga ook hier weer in het klein oefenen. Zeg nee tegen mensen waar je je vertrouwd en veilig bij voelt, en bij kleine verzoekjes. Ga het daarna uitbreiden naar grotere verzoeken, waarbij de ander het wel eens vervelend zou kunnen vinden dat je nee zegt. Je gaat geheid weerstand krijgen, want je omgeving is van jou gewend dat je altijd ja zegt! Als je ruimte innemen al wat beter lukt bij vertrouwde mensen, dan kan je gaan oefenen bij mensen waar je het een stuk spannender vindt om nee te zeggen. Begin klein (zeg tegen je leidinggevende dat je de koffie op dit moment niet kunt halen), en bouw het uit naar grotere verzoeken (“ik heb nu geen ruimte om dat rapport te beoordelen”). Succes!
Dit schuldgevoel komt vaak voort uit conditionering of de angst om de ander te kwetsen of teleur te stellen. Het is belangrijk om te beseffen dat grenzen stellen essentieel is voor uw eigen welzijn en niet onredelijk is.