
Jeugdtrauma en een ontregeld zenuwstelsel: als je lichaam gevaar blijft voelen
Jeugdtrauma: misschien herken je het volgende wel. Je schrikt snel, bent vaak…
Lees meer ❯
Herken je dit? Je hebt weer eens te veel hooi op je vork genomen. Of je voelt je als een jongleur die te veel ballen in de lucht probeert te houden, wetend dat er zo eentje valt. Bijna iedereen kent het gevoel: meer op je bordje dan je eigenlijk aankunt. Maar wanneer is dit onschuldig en wanneer wordt het een echt probleem? In dit artikel lees je wat je draagkracht is, waarom je vaak te veel op je neemt, hoe je herkent wanneer het te veel wordt, en hoe je grenzen stelt zodat je weer met plezier kunt jongleren met je taken en verantwoordelijkheden.

Stel je een jongleur voor. Een geoefende jongleur kan flink wat ballen tegelijk in de lucht houden – het lijkt moeiteloos. Maar geef er nog een paar ballen bij, en het gaat fout. Er zit gewoon een maximum aan het aantal ballen dat iemand fysiek aankan. Het wereldrecord jongleren staat op veertien ballen tegelijk, gedurende vijftien vangbeurten in de lucht gehouden. De recordhouder, Alex Barron, heeft daar uren en uren voor geoefend, telkens met één bal erbij – en zelfs hij hield veertien ballen geen twee minuten vol.
Dat maximum, dat is jouw draagkracht: het aantal taken, verantwoordelijkheden en to-do’s dat bij jouw kwaliteiten en capaciteit past. Het aantal ballen dat je daadwerkelijk in de lucht houdt, is je draaglast. De één kan meer ballen aan dan de ander – dat is niet beter of slechter, dat is gewoon verschillend. Jij bent misschien een “werkpaard” met een grote voorraad energie, maar een ander heeft nou eenmaal een andere “bedrading”. Die ander is er om andere dingen te doen dan jij.

Belangrijk om te beseffen: we zijn geen robots die constant met dezelfde hoeveelheid ballen kunnen jongleren. Onze energie, stemming en motivatie wisselen met de dag – soms zelfs met de minuut. Je draagkracht is dus geen vast gegeven. Ook fysieke gezondheid speelt mee: misschien functioneer je normaliter prima met een flink aantal ballen in de lucht, maar als je bijvoorbeeld regelmatig ziek wordt en niet snel herstelt, wordt datzelfde aantal ballen ineens heel stressvol. Op zo’n moment is het zaak te kijken wie bepaalde taken kan overnemen. Wat kun je delegeren? Waar is het nodig dat je hulp vraagt?
Niemand neemt bewust te veel hooi op zijn vork. Niemand denkt: vandaag ga ik weer meer doen dan ik aankan. Toch overkomt het bijna iedereen wel eens. De oorzaken vallen grofweg in twee categorieën: interne en externe factoren.
Interne factoren betekenen dat je zelf te veel van jezelf eist. Dit kan komen doordat je jouw eigen capaciteit overschat, of doordat je structureel meer van jezelf verlangt dan je kunt leveren. Vaak ligt hieraan onrealistische eisen aan jezelf ten grondslag, maar ook ambitie, enthousiasme of simpelweg een gebrek aan zelfkennis kunnen een rol spelen.
Externe factoren betekenen dat je druk van buitenaf ervaart, waardoor je te weinig ruimte overhoudt. Denk aan werkstress. Ook levensgebeurtenissen tellen mee: een verhuizing, een ziekte, of de geboorte van een kind. Sommige van die drukke periodes lossen vanzelf weer op – bij een verhuizing bijvoorbeeld, of wanneer je hersteld bent van een ziekte. Andere situaties, zoals een chronische ziekte of een pasgeboren kind, veranderen je leven blijvend: er komt een grote nieuwe “bal” bij die permanent in de lucht gehouden moet worden. Voeg je langdurig een nieuwe bal toe, dan is het slim om jezelf af te vragen of je een andere bal moet neerleggen, of dat je toch nog ruimte had.

Uiteindelijk is er vaak één onderliggende reden waarom mensen structureel te veel hooi op hun vork nemen: ze hebben moeite met nee zeggen. Ook een sterk enthousiaste, ondernemende persoonlijkheid is een valkuil hier – je pakt graag alle kansen, maar herkent daardoor je eigen grenzen minder goed. Stel jezelf daarom regelmatig de vraag: kan ik er nog iets bij doen, of moet ik eerst iets anders laten vallen zodat ik me niet overweldigd ga voelen?

Er schuilt nog een minder voor de hand liggende reden achter het vasthouden van te veel ballen: je eigenwaarde halen uit wat je doet. Zonder dat je het doorhebt, voel je je goed over jezelf omdát je zoveel ballen in de lucht houdt. Dat kan lange tijd goed gaan – totdat je bijvoorbeeld een ongeluk krijgt en bijna al die ballen moet laten vallen. Wat denk je dan over jezelf? Ben je nog oké, of raak je in een identiteitscrisis?
Deze eigenwaarde-valkuil komt vaak voort uit overtuigingen die je in je jeugd hebt meegekregen. Ouders die je liefhadden om wie je was, en niet (alleen) om wat je presteerde, geven je een gezonde basis voor je zelfbeeld. Maar werd je vooral geprezen om wat je deed, en niet om wie je was? Dan ligt het voor de hand dat je jezelf onbewust waarde toekent op basis van prestaties en drukte. Gelukkig is dit geen eindstation: je kunt jezelf leren waarderen om wie je bent, al vraagt dat oefening – net zoals al die ballen in de lucht houden ook oefening heeft gevraagd.

Kijk daarom eens eerlijk in de spiegel. Mag jij er gewoon zijn, precies zoals je bent, met al je mooie kanten én je schaduwkanten? Of werk je keihard aan jezelf, omdat je jezelf alleen een goed mens vindt als je de beste versie van jezelf bent of daarnaartoe onderweg bent? Vraag jezelf ook eens af wat jíj nodig hebt – niet je baas, partner of vriendin, maar jij. En kun je jezelf dat vervolgens ook geven, of vind je dat moeilijk? Gun jezelf eens een middag rust waarin je alleen doet waar je zin in hebt. Hoe voelt dat?
Een keertje incidenteel te veel hooi op je vork nemen is niet erg. Het voelt misschien vervelend en heeft soms gevolgen, maar die zijn meestal te overzien. Het criterium om te bepalen of het een probleem is: zijn er gevolgen, en zijn die gevolgen te behappen?

Er zijn twee factoren die bepalen of er écht sprake is van een probleem:
Is het antwoord op beide vragen ja, dan kan er sprake zijn van een problematische situatie. Neem je structureel te veel hooi op je vork en blijft dit niet zonder gevolgen, dan loop je het risico dat dit overgaat in iets ernstigers, zoals aanhoudende stress.
De belangrijkste graadmeter is dan ook: zorgt jouw gedrag voor stress, en houdt die stress aan? Neem je met enige regelmaat iets te veel hooi op je vork en zorgt dit voor piekmomenten van stress die daarna ook weer wegtrekken, dan is er niet meteen een risico. Heb je echter structureel de neiging om te veel op je te nemen en zorgt dit constant voor stress, dan is de situatie risicovol en ongezond geworden.

Stress uit zich bij iedereen anders, maar veelvoorkomende signalen zijn:
Herken je meerdere van deze symptomen en kun je die linken aan het feit dat je regelmatig te veel hooi op je vork neemt? Dan is dat een duidelijke indicatie dat het bij jou een ongezonde vorm heeft aangenomen.
Het goede nieuws: dit probleem kun je zelf verhelpen. Door de oorzaak van je stress weg te nemen – jouw neiging om continu te veel op je te nemen – voel je je beter. Dit begint met inzicht en zelfkennis.
1. Achterhaal waarom je te veel op je neemt. Probeer voor jezelf te benoemen waarom dit gebeurt. Komt het door drukte en het feit dat het simpelweg te veel is, of speelt er iets anders mee waardoor het je mentaal te veel wordt? Deze bewustwording is een belangrijke eerste stap richting structureel herkennen, benoemen en aanpakken.
2. Stel jezelf de vraag waarom je geen ballen neerlegt. Is het niet in je opgekomen? Of heb je angst dat er vreselijke dingen gebeuren als je iets loslaat? Zo ja: waar ben je dan precies bang voor? Welke doemscenario’s spelen er in je hoofd?
3. Ken jezelf goed. Jongleren zonder stress begint met weten wat je aankunt. Weet op welk moment van de dag je het productiefst bent, en gebruik dat moment voor de ingewikkelde taken die meer aandacht vragen. Gebruik een moment waarop je vaak wat inzakt voor eenvoudigere taken. Weet ook waar je energie van krijgt, zodat je tijdig kunt opladen.
4. Check regelmatig bij jezelf in. Kun je het allemaal nog aan, met genoeg ruimte voor ontspanning en plezier? Of geef je alles wat je in je hebt aan je werk, en blijft er niets meer over voor jezelf?
5. Pas het aantal ballen aan je draagkracht aan. Is je draagkracht groter, dan kun je meer ballen aan. Is je draagkracht (tijdelijk) lager, dan is het noodzakelijk het aantal ballen naar beneden bij te stellen – hoe lastig dat ook voelt.

6. Wees eerlijk over wat je aankunt, ook als de conclusie je niet bevalt. Het is niet erg om je grenzen aan te geven. In een maatschappij die altijd draait om meer en beter, vraagt het juist moed en kracht om bij jezelf te blijven en je kwetsbaarheid te durven erkennen en delen.
7. Wees waakzaam voor oordelen over anderen. Kijk je weleens neer op mensen die met minder ballen jongleren dan jij, en vind je stiekem dat zij niet moeten zeuren omdat jij het immers ook kunt? Bedenk dan dat ieder mens andere kwaliteiten en talenten heeft. Dat is niet beter of slechter – het is gewoon anders.
Lukt het niet om dingen beter behapbaar te maken en blijf je structureel te veel hooi op je vork nemen, dan kan de stress verergeren. In het ergste – maar zeker niet ondenkbare – scenario kan dit leiden tot uitval, overspannenheid en uiteindelijk zelfs een burn-out.

Door tijdig professionele hulp te zoeken wanneer je merkt dat je het niet meer zelf op kunt lossen, voorkom je dat je verder afglijdt. Maak onze burn-outtest en neem vrijblijvend contact op met een van onze coaches voor een kennismakingsgesprek. Onze coaches staan door het hele land voor je klaar en kunnen met je meekijken naar waarom jij zoveel ballen in de lucht probeert te houden – je staat er niet alleen voor. Met de juiste begeleiding leer je afrekenen met je problematische neiging om te veel op je te nemen. Het resultaat: geen ongezonde stress, meer grip op je leven en meer plezier en geluk.

Over leven van jongleren Weetjes van een wetenschapsjournalist met het filmpje van het wereldrecord jongleren
Je kent jongleren vast ook van het circus. De jongleurs gooien verschillende ballen in de lucht en weten deze in de lucht te houden door ze om en om op te vangen en weer omhoog te gooien. Wie heeft het zelf niet eens geprobeerd? Met twee of drie ballen gaat het voor velen nog wel. Maar wat de circusartiesten doen, vraagt veel geduld en oefening.
In deze blog nemen we het jongleren als symbool voor de taken en verantwoordelijkheden die wij ‘in de lucht proberen te houden’. Veel mensen ervaren druk en spanning, omdat ze meer ballen in de lucht proberen te houden dan ze aankunnen. Dat gaat vaak eventjes goed, maar er komt een moment dat je er één laat vallen. En dan volgen er meestal meer…
Hoe meer ballen je op je hand neemt, hoe moeilijker het wordt. Hoe meer taken, verantwoordelijkheden en to-do’tjes jij op je neemt, hoe meer energie dit van je vraagt. Je zult dus vaker rust moeten nemen of pauze moeten houden. Natuurlijk kun je – net zoals met jongleren – geoefend raken in bepaalde taken. Iets dat je nog aan het leren bent, kost tijd. Als je het duizend keer gedaan hebt, ben je er veel minder tijd en energie aan kwijt. Je zou kunnen stellen dat het een lichter balletje is geworden. Maar vergeet niet dat het net zo goed een balletje is dat in de lucht gehouden moet worden! De grote vraag hier is natuurlijk: wil jij al die ballen in de lucht houden? Wil je jongleren zonder stress, dan is het belangrijk om het aantal ballen te hebben dat past bij jouw kwaliteiten en capaciteit. We kunnen ook zeggen: het aantal ballen moet passen bij jouw draagkracht. Is je draagkracht groter, dan kan je meer ballen aan. Maar als jouw draagkracht lager is – om wat voor reden dan ook – dan is het noodzakelijk om het aantal ballen aan te passen naar beneden.
Zoals al eerder gezegd begint jongleren zonder stress met weten wat je aankunt. Het start dus allemaal met het jezelf goed kennen. Weten op welk moment van de dag je het productiefst bent, kan bijvoorbeeld al een wereld van verschil maken. Gebruik dat moment om de ingewikkeldere taken te doen die meer aandacht vragen. Een moment dat je vaak een beetje inzakt, kan je dan gebruiken om een simpele taak op werk uit te voeren, of even de was op te hangen. Ook is het voor jezelf prettig te weten waar je energie van krijgt, zodat je tijdig kunt opladen. Ook is het van belang te weten dat we geen robots zijn die constant met eenzelfde hoeveelheid ballen kunnen jongleren. Nee, wij zijn mensen en onze energie, stemming en motivatie wisselen met de dag – sterker nog, dit kan met de minuut wisselen! Check dus regelmatig met jezelf in: kan ik het allemaal nog aan met genoeg ruimte voor ontspanning en plezier? Of ben ik nu alles dat ik in me heb aan het geven voor mijn werk, en blijft er niks meer over voor mezelf?